|

Silly Symphonies' (1929)
Die nadruk op de muziek leidt in datzelfde jaar 1929 tot een geheel nieuw
soort tekenfilms: de Silly Symphonies. Het zijn niet zomaar geïllustreerde
liedjes, maar filmpjes waarin muziek en beweging gecombineerd worden tot iets
geheel nieuws. Voor de serie wordt de naam Silly Symphonies gekozen en men
begint enthousiast aan de eerste: Skeleton Dance.
Deze Skeleton Dance opent met het beeld van
jammerende katten op een kerkhof om middernacht. Ze worden gestoord door een
viertal skeletten die uit hun graven oprijzen. Die voeren dan een aantal uitgebreide
dansscènes op om dan, bij het aanbreken van de dag, weer in hun laatste
rustplaatsen terug te keren. Het geheel is gezet op passende rouwmuziek in
een compositie van Stalling, die gebruik maakt van thema's uit Grieg's Optocht
van de Dwergen (en niet, zoals in een aantal filmhistorische werken foutief
vermeld staat: Danse Macabre van Saint-Saens). De theater-exploitanten vragen
zich aanvankelijk bijzonder ongerust af of de nieuwe serie filmpjes even aantrekkelijk
zal blijken als de oude, vertrouwde Mickey-cartoons, en daarom worden ze uitgebracht
onder de aankondiging: Mickey Mouse presents a Walt Disney SILLY SYMPHONY.
Maar de ontvangst van de eerste Symphonies is
voldoende hoopgevend om de serie voort te zetten. Ze zijn oorspronkelijk van
opzet, maar lijken thans minder interessant dan de vroege Mickey Mouse-filmpjes.
Mickey gaf de filmpjes een harde kern waaromheen de handeling zich kon ontplooien.
Bij de Symphonies ontbrak een dergelijke kern. Elk filmpje is rond een nogal
algemeen thema opgebouwd: The Merry Dwarfs (1929), Winter (1930) en Spring
(1930) zijn typische vroege titels. Eerst moet dat algemene thema duidelijk
gemaakt worden voordat er op voortborduurd wordt, en dat is met de techniek
uit 1929/30 nog een hele toer. In een Mouse-filmpje hoeft de kijker maar een
glimp van de muis op te vangen om te weten wat voor verhaal zal volgen, nu
is dat een heel stuk minder vanzelfsprekend. Toch is het belangrijk dat Disney
met de Symphonies begint en zich niet beperkt tot het uitmelken van de figuur
van Mickey, zijn metgezellin Minnie en zijn eeuwige tegenstander Boris Boef.
De Symphonies zullen later nog een grote rol spelen in de ontwikkeling van
de tekenfilm.
Eind 1930 is Mickey een internationale beroemdheid.
In Italië heet hij Topolino en in Japan staat hij bekend als Miki Kuchi.
In 1930 verschijnt er een weinig snuggere bloedhond in een film met de titel
The Chain Gang. Het beest ontpopt zich al spoedig als Mickey's trouwe metgezel
Pluto Naarmate Mickey's carrière zich in de jaren '30 ontplooit, krijgen
andere personages als Karel Paardepoot en Klaartje Koe de status van co-star,
maar hun persoonlijkheid biedt de tekenaars betrekkelijk weinig houvast en
naarmate de films subtieler worden, krijgen hun rollen minder betekenis om
tenslotte geheel te verdwijnen. En in 1931 is Mickey belangrijk genoeg geworden
voor Time om een artikel aan hem te wijden.
Tegen het einde van dat jaar doet Disney's voortdurend
streven naar verbeteringen de kosten van een enkele tekenfilm oplopen tot
ongeveer $ 13.000,--. De Studio komt nauwelijks uit de kosten als in 1932
weer een andere uitvinding dit bedrag nog verder opschroeft. In dat jaar komt
Disney met een Silly Symphony met de titel: Flowers and Trees. De film is
een sensatie in de filmwereld: hij is in kleur!
Een nieuwe norm: kleur
(1932)
Technicolor heeft al in 1929 een tweekleuren-systeem (zie hiervoor R.Verheul:
Randspoor 1 - Inleidende opstellen over de filmgeschiedenis) op de markt gebracht,
maar dat is slechts zelden door de grote studio's gebruikt. Ze vinden het
eigenlijk een onbelangrijke nieuwigheid en ze reageren er niet echt op.Het
systeem kenmerkt zich door een lichte vertekening van de kleurwaarden. In
1932 heeft Technicolor een driekleuren-systeem klaar dat een veel natuurgetrouwere
kleuren-reproduktie mogelijk maakt en Disney ziet er onmiddellijk de voordelen
van in.
Flowers and Trees is al voor een deel gemaakt
in zwart-wit. Dat materiaal wordt weggegooid en de hele film wordt opnieuw,
maar nu in kleur, opgenomen. In Grauman's Chinese Theatre in Hollywood is
de première, tegelijk met de Irving Thalberg-produktie Strange Interlude.
Dat is een film onder de regie van Robert Z.Leonard, in zwart-wit!, met Norma
Sheare en Clark Gable in de hoofdrollen, naar een stuk van Eugene O'Neill.
Het is een nogal intellectualistisch stuk waarop het publiek greep krijgt
via een proces van veroudering en vergrijzing van de diverse karakters, die
geen greep schijnen te kunnen krijgen op de problemen die hun leven beheersen.
De kleur van het korte animatie-filmpje maakt de productie tot iets bijzonders
en vanaf dat moment worden alle Silly Symphonies in kleur gemaakt. Disney
sluit een voordelige overeenkomst met Technicolor, die hem voor twee jaar
de exclusieve rechten geeft op het driekleuren-systeem voor zover het tekenfilms
betreft. Voorlopig blijven de Mickey Mouse-films in zwart-wit, hun succes
heeft geen kleur nodig, de Symhonies buiten de mogelijkheden van de kleur
ten volle uit. Bijna onmiddellijk worden ze ook ingenieuzer.
Flowers and Trees wordt gevolgd door King Neptune
en Babes in The Woods, die beide een strakkere opbouw en een levendiger handeling
te zien geven dan alles wat tot dan toe in de serie aan de orde is geweest.
Belangrijk voor die kwaliteits-verbetering is de komst geweest van Albert
Hurter in 1932. Deze in Zwitserland geboren tekenaar leerde de techniek van
de tekenaar in de Barre-Studio in New York. Disney heeft een goede neus voor
het bijzondere talent van Hurter: hij geeft hem de opdracht 'oriënterende
tekeningen' te maken, d.w.z. visuele ideeën te ontwikkelen voor toekomstige
projecten en te improviseren op thema's die de verbeelding van scenario-schrijvers
op gang zouden kunnen brengen.
Het Hof van Neptunus in King Neptune en het peperkoekhuisje in het Hans-en-Grietje
sprookje Babes in the Woods verraden zijn invloed. Hurter heeft een Europese
voorgeschiedenis en zijn tekeningen zijn doordrenkt met de sfeer van het expressionistische
griezelsprookje. Dat voegt een nieuwe dimensie toe aan de natuurlijke Amerikaanse
vitaliteit van Disney's werk.
In 1933 ontwerpt Hurter de decors en de hoofdfiguren
voor wat Disney's grootste succes tot dan toe zal worden: de beroemde
Three
Little Pigs. Aan dat succes draagt ook Frank Churchill's song, 'Who's Afraid
Of The Big Bad Wolf ?' het zijne bij. De film is een hit. Bioscopen prolongeren
de film week na week en het succes weerspiegelt het feit dat de film vertelling
en karakters verder uitdiept dan alle voorafgaande Symphonies.
In het daarop volgende jaar, 1934, zien verschillende
uitstekende Silly Symphonies het licht, daaronder The Tortoise and The Hare,
The Grasshopper and the Ants en The Wise Little Hen, allemaal fabels met een
moraal die te zien geven hoe bedreven de Studio geworden is in het opbouwen
van een verhaal en het neerzetten van een personage.
The Tortoise and The Hare toont het bekende
gegeven van Aesopus in een nieuwe versie als de snelle haas die zijn wedstrijd
tegen de schildpad verliest. Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond
van een melkachtig landschap, dat kenmerkend is voor de eerste tekenfilms
in kleur. Die troebelheid ontstaat doordat Emil Flohri, de belangrijkste decorschilder
van de Studio, zoveel wit door zijn kleuren mengde. Liever dan zijn verf met
water te verdunnen, maakt hij op die manier zijn tinten lichter.
In The Grasshopper and The Ants is de krekel
bijzonder goed uit de verf gekomen. Zijn herkenningsmelodie, overigens, is
'The World Owes Me A Living', mede dankzij de stem van Pinto Colvig.
Colvig, een voormalig circusclown, was musicus en maakt deel uit van het team
dat de grappen bedenkt, maar zijn grootste bekendheid dankt hij vooral aan
het feit dat hij de stem levert voor Goofy, die zijn eerste bijrol vervulde
in een tekenfilm uit 1932, Mickey's Revue.
In
The Wise Little Hen (1934) maakt het publiek
kennis met nog een beroemde stem en een nieuw personage, dat binnen een jaar
Mickey naar de kroon zal steken als Disney's belangrijkste ster. Het is
Donald
Duck, en de man die hem van een stem voorziet is Clarence 'Ducky' Nash, een
voormalig arbeider in een melkfabriek en een verdienstelijk imitator van dierengeluiden
in de familiekring. Donald Duck speelt bij zijn eerste optreden op het witte
doek een betrekkelijk bescheiden rol. Hij debuteert als een treurige figuur
die op een wrakke woonboot woont en buikpijn voorwendt telkens als de Wijze
Kip hem om hulp vraagt. Donald's snavel is wat langer dan hij nu is, maar
hij heeft al dezelfde stem, hetzelfde matrozenpakje en hetzelfde opvliegend
karakter. Hij maakt al snel de sprong naar grote rollen in Mickey Mouse-films
als Orphan's Benefit, waarin hij iedereen op het doek irriteert, maar zich
geliefd maakt bij het grote publiek. Veel tekenaars weten met de figuur van
Donald geen raad (in zijn eerste verschijningsvorm wordt hij getekend door
Art Babbitt en Dick Huemer), maar twee van hen - in het bijzonder Dick Lundy
en Fred Spencer, kunnen uitstekend met hem overweg en hen komt de eer toe
hem tot een ster te hebben gemaakt. Mickey is intussen een soort nationale
figuur geworden en als zodanig wordt van hem verwacht dat hij zich keurig
gedraagt.
Het wordt steeds moeilijker komische gebeurtenissen
voor Mickey te bedenken die niet ergens iemand zullen kwetsen, als het fout
gaat krijgt de Studio boze reacties van moreel geschokte burgers uit het hele
land. Mickey wordt tenslotte in de rol van aangever gedrongen, maar de geleidelijke
verandering heeft op dat moment de kern van zijn persoon nog niet aangetast.
In het midden van de jaren '30 is het duidelijk dat het animatie-talent van
Disney vooral in de richting is gegroeid van story editing. Hij weet een komische
situatie tot op de laatste mogelijkheid te gebruiken, en dan weet hij deze
scène te laten volgen door een ander die nog grappiger is dan de voorgaande.
De opdeling van een tekenfilm in allerlei korte scènes heeft het voordeel
dat elk aan een andere tekenaar kan worden toevertrouwd. Het resultaat van
deze techniek is dat men op het doek snelle overgangen ziet van de ene figuur
naar de andere. Disney leert de techniek uit te buiten bij het vertellen van
het verhaal. Hij probeert er zijn scenario-schrijvers, lay-out mensen en regisseurs
van te doordringen dat elke beeldovergang zin moet hebben, dat elk deel van
de film bij moet dragen aan het tempo van het geheel. Niets wordt meer aan
het toeval overgelaten, elke tekenfilm wordt tot in het kleinste detail voorbereid.
Deze hele gang van zaken wordt door Disney persoonlijk geleid, tegen de tijd
dat stukjes van de handeling aan afzonderlijke tekenaars worden toegewezen
bezit hij een volledig beeld van hoe het resultaat er op het witte doek zal
uitzien. Het enige dat hij niet in de hand heeft, is de animatie zelf.
In de loop van 1935 brengt Disney achttien tekenfilms
uit, de helft daarvan zijn juweeltjes. Een belangrijk deel van het waardevolle
beeldmateriaal uit die tijd is bewaard gebleven, bijv. The Cookie Carnival,
Music Land, Who Killed Cock Robin?, Broken Toys (alle Silly Symphonies), Mickey's
Service Station (de laatste Mickey Mouse-film in zwart-wit) en
The Band Concert
(de eerste in kleur).
Het bizarre meesterwerkje The Cookie Carnival
zit vol humoristische vondsten. Het gaat over een vakantie in Koekjesland,
waarvan het hoogtepunt wordt gevormd door de verkiezing van een koningin.
Terwijl de voorbereidingen daartoe in volle gang zijn, komt een zwervend koekje
in de stad aan met een goederentrein, geheel in de stijl van de 30-er jaren.
Buiten de karnavalsdrukte ontdekt hij een koekje met een gebroken hart, de
Assepoester van het verhaal, dat niet aan de optocht mee mocht doen, omdat
ze geen passende kledij heeft. De zwerver verhelpt dit snel met behulp van
wat slagroom en suikerglazuur en een paar goed geplaatste snoepjes. De omgetoverde
jongedame verschijnt voor de juryleden die, verblindt door haar charme, haar
tot koningin uitroepen. Als ze de troon heeft bestegen en haar gevraagd wordt
een gemaal te kiezen, neemt ze de zwerver. Er zit een geweldige snelheid in
de acht minuten durende film en er gebeurt zoveel in, dat hij ook thans nog
weet te verrassen.
Who Killed Cock Robin? is een variant op een
oud kinderrijmpje. Het blijkt dat Robin niet dood is, maar gewond door een
van Amor's pijlen.
Het hoogtepunt van de film wordt gevormd door Jenny Wren, het voorwerp van
Robin's liefde. Ze is een nauwelijks verhulde karikatuur van de actrice Mae
West.
In Broken Toys draait het om een matrozenpop
die een spoedoperatie verricht op een lief klein schepseltje dat haar ooglicht
heeft verloren. Hij slaagt er in haar haar gezichtsvermogen terug te geven.
Het filmpje zit goed in elkaar en is kenmerkend voor de films die Disney in
het midden van de dertiger jaren maakt.
Music Land is een variatie op het verhaal van
Romeo en Julia, en daarin wordt de zoon van het Isle of Jazz verliefd op de
dochter van de koningin van Land of Symphony. Er heerst vijandschap tussen
de beide monarchieën tijdens een heimelijk bezoek aan zijn geliefde wordt
de Jazzprins gevangen genomen. Er breekt een oorlog uit en de prins ontsnapt
naar de Sea of Discord, vergezeld van zijn teerbeminde. Als de beide vorsten
bemerken dat hun kinderen dreigen te verdrinken, sluiten ze een wapenstilstand
en snellen te hulp. Alles loopt goed af. De prins en prinses zijn niet de
enigen die trouwen, een Bridge of Harmony verbindt de verzoende koninkrijken.
In deze tekenfilm spreken de personages met het geluid van muziekinstrumenten.
Symfonieland gaat zijn tegenstander te lijf met Tsjaikowsky's Ouverture 1812,
waardoor gaten worden geslagen in de rococo-saxofoon-wolkenkrabbers.
In Mickey's Service Station, de laatste Mickey
Mouse-film in zwart-wit, laat Boris Boef, de eeuwige schurk, zijn auto nakijken
omdat hij iets heeft horen piepen. Mickey, Donald en Goofy slopen de auto,
op zoek naar de oorzaak van het hinderlijk geluid. Het blijkt een krekel te
zijn die zich in de auto heeft verstopt, maar de drie vrienden hebben dat
pas in de gaten als de auto in een wrak is veranderd.
The Band Concert, één van de klassieke
Disney-tekenfilms, is de eerste Mickey Mouse-film in kleur. Mickey staat in
een park in een stadje in het midden-westen van Amerika een orkest te dirigeren,
dat de Ouverture tot Wilhelm Tell uitvoert, maar van alles werkt een ongestoorde
uitvoering tegen. Een zoemende bij veroorzaakt een hinderlijke onderbreking
en, erger nog, Donald Duck, vermomd als straatventer, brengt het orkest keer
op keer in verwarring door het spelen van Turkey In The Straw op een eindeloze
reeks fluiten die hij bij zich heeft. Als het orkest aan het stormfragment
van de ouverture toekomt, nadert een wervelstorm de stad. De wind zuigt het
hele orkest mee, inclusief Donald, een boerderij en een deel van de beplanting.
Mickey gaat koppig door met dirigeren, zelfs als hij met al zijn musici door
de lucht dwarrelt. Met ijzeren volharding houdt hij de uitvoering in het goede
spoor en de ouverture eindigt in een daverende finale, terwijl de musici aan
de takken van de bomen hangen en aan wat er verder nog overeind staat. Mickey's
triomf zinkt echter in het niet als een fluit opduikt uit een omgevallen tuba
en de film eindigt met Donald's onbeschaamde vertolking van Turkey In The
Straw.
|