|

Oswald, the lucky rabbit
(1927).
Walt Disney krijgt in 1927 te kampen met ernstige tegenslag. Dat heeft, merkwaardig
genoeg, alles te maken met het succes van de nieuwe tekenfilm-serie. Oswald,
The Lucky Rabbit blijkt een begerenswaardig object. Disney heeft een éénjarig
contract lopen met Charles Mintz, die in 1924 getrouwd is met Margaret Winkler,
de distributeur van Disney Films (en daarmee is de distributie van deze films
terecht gekomen bij Universal Pictures). In de reclame-teksten werd gesproken
van Oswald, the Lucky Rabbit, een creatie van Walt Disney, maar - en dat blijkt
een stomme fout in het contract te zijn - Oswald's naam is eigendom van Mintz.
Na het eerste succesrijke jaar gaat Disney naar New York waar hij een nieuw
contract hoopt af te sluiten dat voorziet in een bescheiden verhoging van
zijn eigen inkomsten. Hij staat in nauw contact met zijn distributeur via
George Winkler, de broer van Margaret, die vaker in Californië op bezoek
is geweest.
In New York blijkt wat achter die bezoeken heeft
gestoken: Mintz doet een aanbod dat in feite neerkomt op een vermindering
van inkomsten voor de Studio, en eigenlijk is hij helemaal niet zo geïnteresseerd
in de voortzetting van het contract. Mintz wil Oswald zelf houden en verschillende
van Disney tekenaars zijn door George Winkler overgehaald om de productie
van de Oswald-serie over te nemen.
Disney is geschokt en gekwetst. Hij heeft Mintz vertrouwd en nooit verwacht
dat zijn medewerkers zo snel om te kopen zouden zijn. Als hij terug is in
Los Angeles maakt hij de balans op, hij heeft weliswaar een aantal tekenaars
verloren maar Roy, zijn broer, en Ub Iwerks steunen hem nog meer dan anders.
Dat is belangrijk voor de komende periode.
Mickey Mouse (1928)
De serie tekenfilms met Oswald, The Lucky Rabbit heeft genoeg succes om het
karakter tot een begerenswaardig reclamemiddel te maken. Oswald toont al een
aantal uiterlijke overeenkomsten met Mickey Mouse, de heldenfiguur uit de
komende episode van Disney's succes-story.
Helemaal duidelijk is de oorsprong van de beroemde filmmuis niet. Maar we
kunnen er tamelijk zeker van zijn dat de Mickey Mouse die in 1928 in New York
zijn debuut maakt, het resultaat is van de gezamenlijke inspanningen van Disney
en Ub Iwerks.
Waarschijnlijk is Iwerks, de beste animator
van zijn tijd, grotendeels verantwoordeljk voor Mickey's uiterlijk. Het figuurtje
lijkt familie van Oswald, maar Iwerks maakt hem compacter. Mickey is opgebouwd
uit twee grote cirkels, een voor de romp en een voor het hoofd, waaraan twee
kleinere cirkels zijn toegevoegd die de oren voorstellen, en armen en benen
als rubber slangen eindigend in plompe handen (in dit vroege stadium nog zonder
handschoenen) en grote voeten die hem stabiliteit geven. Hij heeft een lange
dunne staart en een korte broek versierd met knopen aan voor- en achterkant.
Het ronde hoofd krijgt zijn uitdrukking door de toevoeging van een ondeugende
snuit, een knopjesneus en twee knoopogen.
Hij is ontworpen voor een zo eenvoudig mogelijke animatie - men heeft ontdekt
dat ronde vormen makkelijker met succes te animeren zijn - maar ook heeft
Mickey's persoonlijkheid een dimensie die voor de tekenfilm helemaal nieuw
is. En dat is waarschijnlijk Disney's eigen bijdrage.
Iwerks maakte het allemaal mogelijk door zijn vaardigheid als tekenaar, maar
Disney's beheersing van de situaties waarin de muis terecht komt, zorgt ervoor
dat diens persoonlijkheid zich ontwikkelen kan. Mickey wordt het character
waar Disney een blijvende genegenheid voor zal koesteren. Het lukt de beide
broers Disney zoveel geld opzij te leggen dat ze zonder afhankelijk van een
distributeur te zijn, aan de eerste Mickey Mouse-films kunnen beginnen.
Aanvankelijk werken ze in het geheim, omdat
het Oswald-contract nog niet helemaal verlopen is. Maar dan gebeurt er iets
dat de plannen ingrijpend beïnvloedt. Op 23 oktober 1927 is er zoiets
als een bom ontploft in filmland. Warner Brothers brengt The Jazz Singer uit,
en daarmee breekt er een nieuw tijdperk aan, het tijdperk van de geluidsfilm.
Lee DeForest heeft weliswaar zeker vier jaar eerder al een geschikt geluidssysteem
ontwikkeld, maar tot dusverre zijn de studiobonzen voor de nieuwe ontwikkeling
teruggeschrokken. Nu moeten ze er aan geloven.
Als de eerste Mickey Mouse-filmpjes in productie
gaan, heerst er grote verwarring. Een Disney-tekenfilm, Plane Crazy, is al
klaar, en een andere, Gallopin' Gaucho, waarin voor het eerst ook Minnie voorkomt
(beide films zijn uit 1928) ligt al op de tekentafel, als er een beslissing
genomen wordt die misschien wel de belangrijkste is geweest die Disney ooit
genomen heeft. Hij wil dat Mickey een succes zal worden en hij begrijpt dat
de toekomst aan het geluid is. Wat hij zich voorstelt is een tekenfilm waarin
muziek, geluidseffecten en beweging alle gesynchroniseerd zijn. Geluid toevoegen
aan bewegende tekeningen is niet iets dat terloops kan worden aangepakt, begrijpt
hij. In het geval van acteurs van vlees en bloed is het al mooi als het publiek
ze kan horen spreken, voor de tekenfilm moet een vernuftiger oplossing bedacht
worden.
Les Clark, die aan de eerste experimenten deelnam,
beschrijft de ontwikkeling als volgt:
We werkten met een exposure sheet, waarop elk
streepje een filmbeeldje voorstelde, We konden de geluidseffecten zodanig
verdelen dat om de acht beeldjes een accent werd gelegd, of om de zestien,
of om de twaalf. Namen we bijvoorbeeld de twaalfde tekening, dan synchroniseerden
we wat er op dat moment gebeurde - een klap op het hoofd, een voetstap of
wat dan ook - met het geluidseffect of de muziek. Door een metronoom af te
stemmen op de aldus in de handeling gelegde accenten, kon een ruwe geluidsbegeleiding
van de beweging worden geïmproviseerd.
Op een legendarische avond vertoonden Disney
en zijn medewerkers een kort fragment van Steamboat Willie (1928), de titel
van de nieuwe tekenfilm, voor een publiek in huiselijke kring. De projector
staat achter glas opgesteld zodat de motor niet te horen is. De staf improviseert
in een andere kamer de geluidsbegeleiding, precies op de maat van de metronoom.
Met zo'n idee in zijn achterhoofd gaat Disney naar New York. Hij huurt Carl
Edouards in, die het orkest van de Broadway Strand geleid heeft, en voor de
Roxy-theaters werkte, om voor een band te zorgen en de opnamen te leiden.
Edouards werkt eerst met een orkest van zeventien man en drie van de beste
slagwerkers die er te vinden zijn.
De eerste opnamesessie wordt een ramp. Disney's medewerkers hebben een systeem
ontwikkeld - lichtflitsen op het doek - om het tempo aan te geven waarin het
orkest moet spelen. Zo kan de film geprojecteerd worden en tegelijk als metronoom
fungeren. Het systeem is echter niet volmaakt en ook Edouards wil zijn tempo
door zoiets primitiefs niet laten bepalen. Er gaat een telegram naar Californië
om meer geld, en er volgt een tweede sessie. Disney heeft de film opnieuw
laten printen en een stuiterend balletje toegevoegd dat zowel de accenten
als het ritme aangeeft. Edouards volgt goed en alles loopt als op rolletjes.
Steamboat Willie krijgt zijn geluidsband en
Mickey Mouse is klaar voor zijn debuut. Aanvankelijk kan Disney geen distributeur
vinden, tenslotte echter bekijkt Harry Reichenbach, de exploitant van het
Colony Theater in Manhattan, de film en hij biedt Disney een vertoningsduur
van twee weken aan.
In 1929 verschijnt een aantal nieuwe Mickey Mouse-filmpjes, met titels als
The Karnival Kid, Mickey's Choo Choo en The Jazz Fool (een soort parodie op
Al Jolson).
Mickey krijgt binnen het bestek van een paar maanden handschoenen, schoenen
en een meer beminnelijke manier van optreden (de eerste Mickey was tamelijk
ondeugend en bezat een aantal wrede trekjes).
Er zijn ook andere ontwikkelingen. De geluidsbanden
worden steeds geraffineerder en in de meeste gevallen worden ze nu opgenomen
voordat de tekenaars aan de slag gaan. D.w.z. zodra het verhaal bedacht is,
wordt er een partituur gemaakt die bij de handeling past. De tekenaars werken
naar het ritme en de accenten van de opgenomen geluidsband. Dat systeem maakt
een grotere vrijheid van handelen mogelijk. Voor de muzikale kant van de zaak
doet Disney een beroep op een oude kennis uit Kansas City, Carl Stalling.
Deze heeft een jarenlange ervaring in de orkestbak met het maken van muziek
bij zwijgende films - een achtergrond die hem bij uitstek geknipt maakt voor
zijn nieuwe baan. Disney's mensen worden steeds handiger in het synchroniseren
van beeld en geluid, en bij verscheidene van de vroege Mickey Mouse-filmpjes
- The Opry House, bijvoorbeeld, en The Jazz Fool, is de muziek het belangrijkste
ingrediënt van de intrige.
|